Het zijn net mensen

Thijs is niet de makkelijkste jongen in groep 5. Er hangen dan ook heel wat al dan niet officiële labels aan hem. Autisme, TOS, spraakgebrek, hoog IQ.
In de klas is hij opvallend. Hij heeft altijd een weerwoord, en heeft altijd gelijk. Zo niet, dan toch. Hij schreeuwt, hij slaat af en toe, en de andere kinderen zijn bang voor hem. Hij krijgt daardoor vaker gelijk dan dat hij het echt heeft, soms zelfs van de moegestreden leerkrachten.
Probeer aan zo’n kind maar eens passend onderwijs te bieden, dat lukt niet in alle gevallen.

Ik zie Thijs een paar keer per week. Hij zit in mijn reken-plusklas en ik geef zijn groep Engelse les. Zijn Engels is uiteraard ook uitstekend, beter dan het mijne als je het hem vraagt.

Op een snikhete donderdagmiddag ben ik al ruim voor de les begint in het lokaal. De kinderen komen terug van de lunch, wij hebben geen continurooster. Ik bereid de laatste dingen voor terwijl de een na de ander binnendruppelt. Ik luister naar de verhalen, geef en krijg wat knuffels en beantwoord wat vragen over de les die gaat komen.
Als de stroom kinderen aan mijn bureau is opgedroogd, neem ik de tijd om rond te kijken en te zien wat er tussen de kinderen in deze groep gebeurt. Ik zie al snel dat er in het groepje van Thijs iets niet lekker gaat. Het lukt hem vaak nog niet om zijn eigen woede-uitbarstingen voor te zijn, dus schuif ik op de rolkruk aan bij het groepje. ‘Jongens, ik zit zo eens naar jullie te kijken en ik heb een beetje het gevoel dat het niet gaat zoals jullie zouden willen. Wie wil daar iets over vertellen?’ Alle vier de jongens in het groepje steken van wal, er is geen touw aan vast te knopen. Het goede nieuws is dat ze er blijkbaar allemaal iets van weten én iets van vinden. Ik begin bij de meest welbespraakte van het stel; hij lijkt het minst betrokken bij de onenigheid en geeft me daarom waarschijnlijk het minst gekleurde verslag. Daarna laat ik de rest even verslag doen, Thijs als laatste. Hij heeft de tijd gehad om even te bezinnen en af te koelen, dat heeft hem zichtbaar goed gedaan.

Het verhaal blijkt niet al te ingewikkeld. Er werd met een viltstift gegooid en die maakte een stip (‘Nee, juf, een streep! Mijn hele tekening is verknald!’) op het kunstwerk van Thijs. Uit wraak heeft hij met zwart op de tekening van Daniël gekrast. Díe tekening is pas verknald!

Ondertussen zijn alle leerlingen in de klas en zou het tijd zijn om de les te beginnen. Maar dit gaat echt voor, dan maar wat later beginnen vandaag.
Ik neem Thijs even mee naar mijn bureau en vraag door op zijn reactie. Hij legt uit dat als zijn tekening verknald is, de tekening van Daniël dat ook moet zijn. We zijn er allebei even stil van. ‘Hoe helpt dat jou?,’ vraag ik.

Mijn gedachten dwalen af naar een dierbare vriend wiens huwelijk op de klippen is gelopen. Zijn voormalige geliefde heeft net als Thijs een diepe wens wraak te nemen en aan haar is deze belangrijke vraag ook gesteld.
‘Hoe helpt dat jou?’ Het zijn net mensen, die kinderen. Of het zijn net kinderen, die mensen. Bij wie de meeste wijsheid zit, wordt rap duidelijk.

In eerste instantie blijft Thijs bij zijn eerder ingenomen standpunt, het is volkomen logisch en terecht om wraak te nemen op Daniël.
‘Weet je wat mij verbaast, Thijs? Ik ken jou als een aardige jongen, je bent lief voor je vrienden. En Daniël is je vriend.’ We vallen weer stil. ‘Juf?,’ vraagt Thijs voorzichtig voordat hij verder gaat. Ik kijk hem aan en wacht af. Zo lang ik praat, gaat hij het zeker niet doen.
‘Misschien heb je gelijk… mijn tekening wordt niet mooier als die van Daniël lelijk is. En hij is mijn vriend. Dit was niet aardig en zo ben ik niet. Ik ga sorry zeggen en samen werken aan een mooie nieuwe tekening. En die mag hij dan mee naar huis nemen!’

Terwijl ik rustig aan mijn les begin, buigen de vrienden zich over een tekening. Met de klas herhaal ik de woorden over ‘the weather’ van de vorige les en ik zie in hun tekening de zon boven Pikachu en nog zo’n pokémonfiguur schijnen.

Ik nodig Daniël en Thijs uit iets over hun tekening te vertellen en in keurig Engels leggen ze uit dat de zon schijnt en dat ze vrienden zijn. De woorden uit het thema ‘feelings’ zijn ook goed blijven hangen, concludeer ik trots.

Zonder er verder een woord aan vuil te maken, hebben de mannen de kou uit de lucht gekregen. Ze zijn vrienden, hebben een toffe tekening en de zon schijnt.
Ik ken volwassenen die daar een voorbeeld aan zouden kunnen nemen.

Door: Gytha Funke

Gepubliceerd op 15 augustus 2023

Winkelwagen
Scroll naar boven