Je bevindt je hier: Home / Blogs / Blog / Het zweet op de goede rug

Het zweet op de goede rug

 Bas SchepersIrma stond mij al op te wachten in de hal van de middelbare school waar zij lesgaf. We hadden via Teams met elkaar gesproken, maar nu zagen we elkaar in levenden lijve.

‘Heb je er zin in?’, vroeg ze.

‘Enorm. Eindelijk weer een workshop waarbij ik de deelnemers kan zien, ruiken en proeven,’ flapte ik eruit. Lachend liep Irma voor mij uit naar het lokaal waar ik aan de slag zou gaan.

‘Wil je koffie?’

‘Lekker,’ zei ik. Irma liep het lokaal uit. Ik begon met het uitpakken van mijn materialen.

Een half uur later stond ik, met een beker koffie, te wachten. De collega’s van Irma druppelden binnen. Sommigen bleven bij elkaar staan praten, anderen gingen direct naar een stoel. Zij schreven hun naam op het kaartje dat ik daar had neergelegd. Ik stond te popelen om ze mee te nemen in de kracht van verhalen in de klas en ze te laten ervaren hoe verhalen kunnen samengaan met bijvoorbeeld directe instructie.

Irma deed de deur dicht en knikte naar mij.

‘Iedereen is er. Je kunt beginnen.’

Er viel een stilte. Alle deelnemers keken mij aan. Dit was altijd hét moment dat twijfel door mijn hoofd raast. Krijg ik ze wel enthousiast? Kan ik ze meenemen in de kracht van verhalen in hun lessen?

Kan ik ze meenemen in de kracht van verhalen in hun lessen?

Ook nu zat er maar één ding op. Beginnen. Ik stelde mij voor en vroeg naar hun verwachtingen voor vandaag.

‘Ik ben wel benieuwd waarom jij hier staat?’

Ik keek even op haar naamkaartje en zag dat Esther de vraag stelde. Ze verraste mij met deze vraag.

‘Bij die vraag hoort een mooi verhaal,’ hoorde ik mijzelf zeggen.

‘Vier jaar geleden begon ik aan mijn eerste baan als docent anatomie op een mbo-opleiding verpleegkunde. Ik nam twee klassen van een zieke collega over. Ik had de lesboeken gekregen, enkele PowerPoints en het lesrooster.

Ik gaf woensdag- en vrijdagmorgen les en elke keer op de fiets naar huis was ik kapot en stond het zweet mij op de rug. Ik werkte hard tijdens de les, maar de studenten zuchtten, steunden en kreunden. De vragen die ze hadden gingen niet over de lesstof, maar of ze eerder weg mochten, wanneer de toets nu precies was en dat ze echt veel te veel moesten leren voor dit vak.
Ik had het zwaar onderschat en wist niet ik of verder wilde als docent. Over een week zou ik een gesprek met de teamleider hebben. Mijn gedachte? Bedanken voor de eer. Soms moest je je nederlaag erkennen.

De dag voor dit gesprek gaf ik weer les. Op het programma stond het stellen van een diagnose bij patiënten. Ik weet niet waarom, maar ik klapte het boek dicht en nam de klas mee naar vijftien jaar terug. Ik vertelde ze over mijn eigen ervaring met diagnoses toen ik nog fysiotherapeut was.

Ik had een turnster met rugklachten onder behandeling. Drie keer per week behandelde ik haar. De klachten gingen niet weg.

Op een dag kreeg ik een telefoontje in de praktijk. Het was de turnster. Ze vertelde mij dat ze niet meer kwam. Er bleek een tumor in haar rug te zitten. Ik stopte nu even en keek mijn klas in. Het was stil, alle studenten zaten rechtop en keken naar mij.

Ik wilde verder gaan om te vertellen wat het met mij had gedaan en dat iedereen in zijn leven als zorgprofessional een diagnose mist. Ik kreeg de kans niet. De vragen vlogen mij om de oren.

Ik kreeg de kans niet. De vragen vlogen mij om de oren.

“Hoe was dat voor u?” “Hoe is het met de turnster gegaan?” “Heeft u wel vaker een diagnose gemist?” “Is het erg om een diagnose te missen?” “Waar moet je op letten om dat te voorkomen?”

Ik kon hun vragen beantwoorden, een bruggetje maken met de lesstof en voor het eerst gingen ze actief aan de slag met de vragen in het boek. Toen ik naar huis fietste zat ik vol energie.

De volgende dag sprak ik mijn teamleider. Ik vertelde hem over mijn gedachten om te stoppen, mijn ervaring in de les van de dag ervoor en dat ik nu door wilde als docent. Ik vroeg hem of ik mijn lessen mocht opbouwen aan de hand van verhalen.

“Zeker Bas,” zei hij. “Volgens mij heb je het zweet nu op de goede ruggen. Daar gaat het om.”’

Ik keek naar Esther en vertelde haar dat ik zo de kracht van verhalen in de klas had ontdekt en dat ik nu graag anderen enthousiast maak.

‘Mij heb je,’ zei ze met een glimlach op haar gezicht. ‘Ik wil het zweet ook op de goede rug.’

Door: Bas Schepers

Gepubliceerd op 21 juni 2021

 

 



   

Contact

  • Postbus 365, 1270 AJ, Huizen 
  • T +31  (0)35 542 95 48 

Winkelwagen

 x 
Totaal: 0.00
Je winkelwagen is leeg