Darmklachten

De epidemie van parasitaire infecties

drs. Saskia van As



Eencellige darmparasieten
Van alle lichamelijke klachten komen buikklachten het meest voor bij de mens. Chronische buikklachten kunnen duiden op een infectie met eencellige darmparasieten: protozoa. Nederlanders en Belgen komen vaker in aanraking met darmparasieten dan zij vermoeden. Besmetting met deze kleine organismen vindt niet alleen plaats tijdens vakanties in het buitenland; in de meeste gevallen gebeurt dit juist in de eigen omgeving, bijvoorbeeld op het werk. Men kan darmparasieten oplopen door het eten van besmet voedsel, maar de kans op een infectie is groter door contact met vrienden en familieleden die parasieten dragen. Kinderen hebben vaker parasieten en kunnen deze opdoen op school of op de peuterspeelzaal.
De twee dikke-darmparasieten die in Nederland zeer vaak in de ontlasting worden aangetroffen, zijn Dientamoeba fragilis en Blastocystis hominis. Zij kunnen naast buikklachten ook vermoeidheid, huiduitslag, gewrichtsklachten en haaruitval veroorzaken.

Dientamoeba fragilis
Dientamoeba fragilis is een parasiet die al sinds 1955 als schadelijk te boek staat. Ondanks de medische publicaties over deze parasiet krijgt deze onvoldoende aandacht, waardoor veel mensen met chronische klachten blijven rondlopen zonder dat er een oorzaak gevonden wordt. Kinderen, maar ook volwassen, kunnen ernstige problemen ondervinden door besmetting met Dientamoeba fragilis. Parasitologen van het Academisch Medisch Centrum (Amsterdam) geven in publicaties aan dat de parasiet ‘massaal over het hoofd wordt gezien’. Onderzoek heeft aangetoond dat, afhankelijk van het land, 40 tot 88% van de besmette personen darmproblemen ondervindt. Deze parasiet kan naast darmklachten, eczeem en vermoeidheid, tal van ‘vage’ klachten veroorzaken. Vaak worden deze klachten door de behandelende arts als psychisch geduid.


Van links naar rechts: Tritrichomonas foetus, Histomonas meleagridis en Dientamoeba fragilis

Een reden dat Dientamoeba fragilis aan de aandacht ontsnapt, is het feit dat zij niet bij regulier parasitologisch ontlastingsonderzoek zijn te vinden. Om de parasieten zichtbaar te maken, wordt gebruikgemaakt van een speciale drievoudige test (TFT, triple faeces test) waarbij de ontlasting wordt gefixeerd. Zolang deze test niet wordt uitgevoerd, blijft Dientamoeba fragilis een onbekende ‘gast’.
Bevolkingsonderzoeken in Nederland geven aan dat 10 tot 15% van de onderzochte personen Dientamoeben in de darm hebben. Bij mensen met darmklachten ligt het percentage hoger.

Blastocystis hominis
Blastocystis hominis is een schimmelachtige cel die wel via standaard parasitair onderzoek kan worden opgespoord. Bij sommigen veroorzaakt deze parasiet klachten, variërend van een enorm opgezette buik tot misselijkheid en buikpijn. Omdat de parasiet door velen tot de groep onschadelijke darmbewoners wordt gerekend, legt de arts zelden een verband tussen deze klachten en de aanwezigheid van de parasiet. Toch wordt Blastocystis hominis al sinds de negentiende eeuw beschouwd als een lastig organisme dat tal van klachten veroorzaakt en dat maar moeilijk weg te krijgen is.

Blastocystis hominis (granulaire vorm)(vacuole vorm)

Veel dieren zijn besmet met deze parasiet. Kippen kunnen dragers zijn en ook huisdieren blijken gevoelig voor deze parasiet. Of de mens via dieren geïnfecteerd wordt, staat nog niet met zekerheid vast.
Een bevolkingsonderzoek (steekproef) heeft aangetoond dat meer dan 20% van de Nederlanders Blastocystis hominis in de ontlasting heeft. Bij 37% van de huisartsbezoekers werd deze parasiet in de ontlasting aangetroffen.

Parasieten kunnen een losse ontlasting, een opgezette buik en intolerantie voor voedsel veroorzaken. Typisch voor een parasitaire infectie is een wisselend ontlastingspatroon, op sommige dagen brijachtig en dan weer stevig; vaak treedt er constipatie op.
Veel mensen met deze klachten denken dat zij aan schimmelinfecties van de darm lijden (Candidas albicans), terwijl zij in werkelijkheid parasieten hebben.
Blastocysten komen juist vaker voor dan schimmelinfecties, en daarnaast komen schimmels en parasieten ook regelmatig samen voor. Na behandeling van de parasieten blijken vaak ook de schimmels verdwenen.

Hoe raak je besmet?
Het antwoord op de vraag: ‘Hoe ben ik aan parasieten gekomen?’ is eenvoudig: door contact met de ontlasting van een besmette persoon. Wanneer je ontlasting van een ander in je mond krijgt, kun je besmet raken.
Nu denken de meesten ongetwijfeld dat zoiets zelden zal gebeuren. Helaas komen wij dagelijks in contact met ontlasting zonder het te weten. Men kan besmet raken via het toilet, via voedsel en door seksueel contact. Sommige mensen lopen door hun beroep meer risico; denk maar aan mensen in de verzorging en verpleegkundigen die zieke mensen helpen op het toilet, of loodgieters die aan het riool werken.
Wanneer bij één persoon binnen het gezin parasieten zijn aangetroffen, blijkt dat vaak meerdere personen binnen dat gezin ook parasieten hebben. Hoewel zij er mogelijk minder last van hebben, vormen zij wel een bron van besmetting. Toch hoef je geen smetvrees te krijgen, want een infectie met darmparasieten kan worden voorkomen door goed je handen te wassen voor het eten, ook al eet je maar een snack.
In het boek Darmklachten ligt de nadruk vooral op besmetting met Dientamoeben en Blastocysten. Daarnaast worden verschillende bacteriële en parasitaire infecties besproken.

Aandachtspunten
Lang niet iedereen heeft klachten bij besmetting, daarom gaat de auteur van het boek Darmklachten dieper in de op vraag wat de darmparasiet nu schadelijk maakt. Het is aan te bevelen een darmparasiet niet alleen te behandelen met reguliere chemische stoffen, maar ook door het lichaam te sterken met voeding.
Het opbouwen van een verbeterde afweer tegen parasitaire infecties wordt in verschillende hoofdstukken beschreven. De belangrijkste aandachtspunten zijn:
A. Een gezonde darmflora. Miljarden darmvriendelijke bacteriën nemen hechtplaatsen in beslag waardoor schadelijke organismen zoals darmparasieten minder kans krijgen zich te hechten. Vezelrijke voeding stimuleert een gezonde darmflora. Een gebrekkige flora bevordert hechting van parasieten en schimmels.


B. Het immuunsysteem, in het bijzonder de T-helpercellen. Bacteriën en eencellige parasieten van de dikke darm stimuleren T-helpercellen (type 1). Het immuunsysteem wordt versterkt door doorgemaakte infecties. Antibioticagebruik kan een gezonde ontwikkeling (de helpercelreactie) verhinderen. Goede voeding stimuleert een sterke afweerreactie.
C. Vetten in het dieet spelen een essentiële rol bij chronische infecties. Omega-3-vetzuur uit vette vis is een ontstekingsremmer (een prostaglandine-E2-remmer). Er zijn tal van voedingsstoffen die ontstekingen genezen door schadelijke prostaglandinen af te remmen: bijvoorbeeld geelwortel, sesam, soja, zoethout.


D. Beperking van zetmeelrijke producten. Dagelijks gebruik van koolhydraatrijke voeding, zoals brood en pasta, veroorzaakt bij veel mensen een toename van insuline. Het Nederlandse dieet bevat te veel zetmeel; brood en graanproducten bevatten veel glucose (wel 60-75 gram koolhydraat per ons).
Hyperinsulinaemie stimuleert hechting van schadelijke cellen (parasieten, schimmels en kanker). Daarnaast gebruiken eencellige darmparasieten glucose voor hun groei en deling.
Een dieet zonder graan, maar rijk aan zaden, peulvruchten, sojaproducten en groenten werkt genezend.
E. Gebruik van essentiële suikers. De mens heeft niet alleen glucose nodig, maar ook een zevental essentiële suikers (onder andere mannose, glucosamine en fucose). Deze suikers zijn grotendeels verdwenen uit ons dagelijks dieet. Shii-takes, zeewier en zaden zoals sesamzaad en fenegriekzaad, zijn rijk aan deze suikers. Door ze aan het dieet toe te voegen, neemt de binding van schadelijke organismen af.


Suikers lijken op glucose

Het doel van het boek is grotere bekendheid te geven aan parasitaire infecties van de darm, met name aan Dientamoeben en Blastocysten, aangezien meer dan 25% van de Nederlandse bevolking besmet is met parasitaire organismen.
Besproken worden de diagnostiek en de behandeling, de darmflora en een ondersteunend dieet.

Copyright © 2004, 2005: uitgeverij Pica, Huizen