mei 2007
Engagement (NVA): Hoera, mijn kind is anders!
‘Mijn grootste wens is dat u door het lezen van mijn boek anders naar kinderen zoals Thom kijkt, niet meteen oordeelt en weet dat ieder kind zijn eigen talenten heeft’ (blz. 10).
Henriëtte Hubers en haar man Paul hebben beiden een goedlopend bedrijf en leiden temidden van een rijk sociaal leven een financieel zorgeloos bestaan. In 1998 wordt hun dochter Britt geboren, in 2001 ziet de tweeling Thom en Jort het levenslicht. Al snel krijgt Henriëtte haar twijfels over de ontwikkeling van Thom. Na een ziekenhuisopname krijgt ze te horen dat Thom mogelijk lichamelijk en geestelijk gehandicapt zal zijn en na het doorlopen van enkele onderzoeken bij Thom krijgt ze voor de toekomst de boodschap mee dat ze blij zal moeten zijn met alles wat hij gaat doen. Ze beseft dat aan haar onbezorgde leven een eind is gekomen. Als Thom twee jaar is moet ze haar bedrijf opgeven.
Toch gelooft Henriëtte niet in Thom’s lichamelijke handicap en mentale achterstand. Ze is ervan overtuigd dat ieder mens in staat is om te leren en een eigen weg te vinden. Dan komt ze in aanraking met een cursus, ontwikkeld voor autistische kinderen en kinderen met een ontwikkelingsachterstand zonder diagnose, die uitgaat van de SonRise-aanpak en van de mogelijkheden van het kind. Naar aanleiding van de cursus gaat ze veel lezen over autisme, laat haar zoon daar op testen en Thom blijkt binnen het autistisch spectrum te vallen.
In Amerika volgt ze een trainingsmethode Growing Minds, waarbij een eigen thuisprogramma wordt ontwikkeld voor het kind. Deze zal later een zeer bepalende rol gaan spelen in haar leven en dat van Thom. Na een zoektocht bij het vinden van een goede plek voor Thom waar hij zich verder zal kunnen ontwikkelen, komt zij tot de de conclusie dat die er eigenlijk niet is. Thom zal pas uit de verf kunnen komen met behulp van een één-op-één-begeleiding. Toevalligerwijs is de moeder van een klasgenootje naar hetzelfde op zoek en uiteindelijk besluiten zij tot het nemen van een particulier initiatief: ze richten De Droomboom op, hun eigen ABA-school, gericht op kinderen met autisme en/of een ontwikkelingsachterstand.
Als lezer van dit boek lijkt het alsof je als het ware in een spiegel kijkt. Het verhaal komt erg dichtbij en raakt je in het hart. Als lezer word je Henriëtte, voel je je Henriëtte en ben je Henriëtte. De beschrijving van haar vechtlust en de processen waar zij doorheen gaat zijn zo authentiek, zo eerlijk geschreven, dat het tegelijkertijd zeer confronterend is. Als lezer herken je zo goed het gevoel van onbegrip tegenover je, van leeg zijn, geen energie meer hebben, het sociaal terugtrekken en je eenzaam en opgesloten voelen, haar ‘altijd maar doorgaan’-mentaliteit. Ook zo herkenbaar is de passage waarin zij haar angst om te sterven beschrijft. Hoe moet het dan verder met de kinderen?
Haar kracht haalt Henriëtte uit de acceptatie van Thom in zijn ‘anders’ zijn, ze voelt zich verrijkt door zijn komst: hij is haar levensopdracht en ze gelooft in zijn mogelijkheden. Thom heeft haar leven verrijkt en gelukkiger gemaakt en dat is wat het boek ook ventileert.
Hoera, mijn kind is anders! is een ontstellend mooi boek waar de schrijfster erg trots op mag zijn!
Bron: Monique Pandelaar – Engagement (NVA), mei 2007