maart/april 2006
ALS DE ROZE WOLK GRIJS IS

Zeven procent van de vrouwen krijgt na de bevalling een schildklierstoornis met fysieke en emotionele klachten als gevolg. Helaas zoeken vrouwen te laat of geen hulp. Ook huisartsen en specialisten zijn nog weinig alert. Daardoor lopen veel jonge moeders onnodig lang door met deze klachten, terwijl behandeling eenvoudig is.

Door de grote verandering van de hormoonspiegels is er soms bij de bevalling onvoldoende schildklierstimulerend hormoon (TSH). Dit wordt afgescheiden door de hypofyse die gelegen is aan de schedelbasis en werkt op de schildklier in de hals. TSH stimuleert de schildklier om weer andere hormonen te produceren, die het tempo regelen waarin bepaalde lichaamsfuncties werken. De gevolgen zijn: moeheid, droge huid, lage polsfrequentie, koudegevoel en haaruitval.

Maar wat als er niets mis blijkt te zijn met de schildklier en de diagnose PND wordt gesteld? Dan bieden antidepressiva lang niet altijd een uitweg, aldus verpleegkundige en auteur Eileen Engels. Ze kreeg een postnatale depressie na de geboorte van haar derde kind en kwam uiteindelijk terecht bij drs. Loendersloot, die haar met een hormoonbehandeling genas. Op haar verzoek leidde hij haar op tot PND-deskundige. Jarenlang hield ze samen met Loendersloot PND-spreekuur in Wageningen; nu behandelt ze in haar eigen praktijk zo’n zestig vrouwen per jaar.

Waarom komen deze vrouwen naar jou, kunnen ze niet bij hun huisarts terecht?
‘PND geeft een veelheid aan symptomen – van fysieke klachten als rugpijn, hoofdpijn en pijnlijke spieren tot slecht slapen, te veel op te weinig eten en angst om alleen te zijn. Het is niet aantoonbaar in het bloed. Dat maakt het minder makkelijk om het bespreekbaar te maken. Er is de afgelopen 25 jaar al heel veel verbeterd, maar PND wordt helaas nog vaak afgedaan als ‘een vrouwenkwaal’, een hormonaal ongemak dat ‘vanzelf overgaat’ of dat ‘er bij hoort na de bevalling’. Veel vrouwen durven er simpelweg niet over te praten. Tijdens een consult van tien minuten bij de huisarts komen misschien wel de symptomen, maar niet de dieperliggende oorzaken aan het licht. Heeft de huisarts wel in de gaten waar het om gaat, dan worden deze vrouwen vaak nog behandeld met dezelfde middelen als ‘gewone’ depressieve patiënten, namelijk met antidepressiva. Hiervan is echter niet bewezen dat ze bij PND actief zijn. Sommige vrouwen zijn er bij gebaat, maar we zien veel patiënten bij wie de klachten ondanks de antidepressiva blijven aanhouden. Wij geven de patiënt de ruimte om te praten over haar gevoelens en behandelen hoofdzakelijk met het hormoon dydrogesteron, precies afgestemd op de individuele patiënt, wat aantoonbaar goede resultaten geeft.’

Begint PND al in de kraamweek?
‘Soms als drie uur na de bevalling, bij anderen pas een jaar nadien. We weten uit ons onderzoek* dat ongeveer één op de tien vrouwen in Nederland lijdt aan een lichtere of ernstigere vorm van postnatale depressie. Bij iets meer dan de helft beginnen de klachten in de eerste maand na de bevalling, bij 95 procent in het eerst halfjaar. Toch zoekt de helft pas na meer dan een jaar na de bevalling hulp, een kwart zelfs pas na twee jaar. Schrijnend! Niet alleen omdat ze zo lang met de klachten rondlopen, maar ook omdat er een kans van 40 tot 60 procent op herhaling is bij een volgend kind, waarbij de duur van de postnatale depressie ook aanzienlijk langer is. Preventief behandelen is in deze gevallen raadzaam én effectief: bij 93 procent van de vrouwen die we vóór of tijdens de zwangerschap behandelen, blijven de klachten na de bevalling uit.’

Welke rol heeft de kraamverzorgende in de signalering?
‘Als kraamverzorgende ben je natuurlijk maar kort in heen gezin. Vaak ken je het gezin ook niet, dus je weet niet of de kraamvrouw zich heel anders gedraagt dan vóór de bevalling. Maar als je merkt dat de kraamtranen blijven stromen of dat de moeder heel negatief of angstig is, kun je bij de partner checken of hij dat herkent. Vindt hij dat er reden is tot zorg, dan geef je dat als aandachtspunt mee aan de verloskundige of huisarts. Een dubbel consult inbouwen is dan heel verstandig. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat het kraamgezin meteen voor het ergste gewaarschuwd wordt als er een kraamtraan vloeit. Misschien zelfs integendeel: het valt me op dat veel vrouwen die een PND ontwikkelen, die typische ‘kraamtranen’ op dag drie of vier niet hebben gehad. Het zou goed zijn te onderzoeken of daar een verband is.’

In Kraamtranen beschrijft Eileen Engels de gradaties van kraamtranen en postnatale uitputting tot PND en PMS. Ze staat stil bij de oorzaken, symptomen en behandeling van PND en biedt ruimte voor sprekende getuigenissen.

* Eileen Engels. Een behandeling van postpartum depressie PPD. In Tijdschrift voor huisartsgeneeskunde, 2003.

Koosje de Beer en Lara Geeurickx
Bron: Kraamzorg, maart/april 2006