oktober 2005
ONGEWILD LASTIG

Monique Baard en Désirée van der Elst

‘Elk individu is een nieuw avontuur’ –
Theo Peeters
(directeur van het Opleidingsinstituut van Autisme in Antwerpen
en auteur van Autisme, van begrijpen tot begeleiden)


De laatste jaren hoor je binnen het onderwijs steeds vaker de klacht, dat het lijkt of er steeds meer zorgkinderen bij komen. Veel leerkracht ervaren hun werk als zwaar en voelen zich regelmatig tekortschieten. Adaptief onderwijs is een prachtig gedachtegoed, niemand zal daar tegen zijn, maar is het haalbaar in een klas van 25 of zelfs 30 leerlingen?
Door het project Weer Samen Naar School kom je in het regulier onderwijs steeds meer kinderen met ontwikkelingsstoornissen als ADHD, ADD en Autistische Spectrumstoornissen tegen.

Leerkrachten ervaren deze kinderen vaak als lastig. Het zijn kinderen die niet zomaar mee kunnen doen met een standaard onderwijsprogramma en een standaard aanpak. Zij hebben kleine of grotere aanpassingen nodig om goed te kunnen functioneren.
Als er van deze kinderen verwacht wordt dat zij gewoon meedoen met de andere kinderen zie je hun gedrag vaak verslechteren. Zij kunnen aan deze eisen niet voldoen, worden soms faalangstig, hun zelfbeeld daalt en angsten nemen toe en dit alles uit zich in probleemgedrag.

Helaas kun je niet voor ieder kind met een ontwikkelingsstoornis een algemeen pakket aan aanpassingen geven, waardoor het dan wel goed zal gaan en gedrag zal verbeteren. Toch kunnen leerkrachten met kleine aanpassingen al veel verbeteren in het gedrag van zo’n kind.
Het probleem in de aanpak van kinderen met een stoornis in het regulier onderwijs is dat veel leerkrachten te weinig kennis hebben over veelvoorkomende ontwikkelingsstoornissen.
Het onderwijs is veranderd door WSNS, de groepssamenstelling is veranderd, maar heeft men hier voldoende op ingespeeld door teams ook de bijscholing te geven die nodig is om aan te sluiten bij de behoeften van een veranderde schoolpopulatie?

Stichting De Ombudsman heeft in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Autisme(NVA) onlangs een enquête gehouden onder mensen met autisme en hun ouders. Hieruit is gebleken dat de diagnose autisme in ons land laat gesteld wordt, gemiddeld pas op 9-jarige leeftijd. Veel kinderen komen daardoor laat op de juiste plek op school terecht en hebben al dan jaren van problemen en onbegrip achter de rug.
Ouders voelen zich in die periode vaak van het kastje naar de muur gestuurd.
De onderzoekers komen tot de conclusie dat kennis en informatie over autisme veel beter verspreid zou moeten worden. Met name zorgverleners en leerkrachten hebben nog te weinig kennis over autisme. Zij pleiten er dan ook voor meer aandacht aan Autistische Spectrumstoornissen te besteden in de opleidingen voor hulpverleners en leerkrachten.
Ook over andere ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD, ADD, Gilles de la Tourette en OCD (Obsessieve compulsieve stoornissen, beter bekend als dwangstoornis) weten hulpverleners en leerkrachten vaak te weinig. Toch zitten er op elke school leerlingen met ontwikkelingsstoornissen en wordt iedere leerkracht er in zijn loopbaan meerdere keren mee geconfronteerd.

Leerkrachten signaleren meestal heel goed dat er iets met een kind is, maar helaas wordt er nog veel te lang gewacht met doorverwijzing voor onderzoek.

Sylvie, een meisje uit groep 4, was de juf al langere tijd opgevallen. Ze maakte vaak brommende geluidjes als de klas in de kring zat. Ook vertoonde ze veel onrust, kon moeilijk stilzitten en had problemen met de concentratie. Op een dag wilde de juf beginnen met de les. Alle potloden en gummen van de hele klas waren echter verdwenen. Na een zoektocht bleken zij alle in de la van Sylvie te liggen. Juf werd boos en Sylvie verdrietig. De klas reageerde heftig verontwaardigd. Toen juf later met Sylvie ging praten vertelde het meisje: ‘Ik weet niet hoe het komt dat die potloden en gummen in mijn laatje liggen juf, ik kan er niets aan doen. Ik moest ze gewoon pakken. Ik kon het niet tegenhouden’. De juf sprak er met de schoolpsychologe over. In overleg met de ouders werd besloten om Sylvie te laten onderzoeken bij een kinderpsychiater. Deze stelde de diagnose Gilles de la Tourette in combinatie met ADHD vast.
In de klas werd voor Sylvie een afgeschermde plek ingericht. Ook werd haar werk in kleinere hoeveelheden verdeeld. Ieder werkmoment werd afgewisseld met een moment waarin zij kon ontspannen of even motorisch kon ontladen. Ook nam de juf haar in de kring naast zich, zodat zij door een klein onopvallend teken Sylvie gerust kon stellen als zij onrustig werd. Ook spraken ze af dat Sylvie via een teken kon aangeven wanneer zij het niet meer volhield in de kring. Ze mocht dan in een plekje buiten de kring iets anders gaan doen. Het gedrag van Sylvie verbeterde aanzienlijk en ook de schoolprestaties gingen vooruit. Niet alles was direct opgelost en er bleven moeilijke situaties en momenten, maar de leerkracht wist op dat soort momenten dat het te maken had met de stoornis van Sylvie.


Door meer kennis te hebben over veelvoorkomende ontwikkelingsstoornissen kunnen leerkrachten signalen van dergelijke ontwikkelingsstoornissen eerder herkennen en sneller tot actie overgaan. Tevens zal een leerkracht eerder bereid zijn aanpassingen te maken die het kind nodig heeft om het regulier onderwijs goed te kunnen volgen.
Zodra een kind met een ontwikkelingsstoornis ook een diagnose heeft gekregen via een kinderpsychiater of Gz-psycholoog kunnen ouders voor dit kind een leerlinggebonden financiering (LGF) aanvragen. Deze financiering heet de rugzak, omdat het geld gekoppeld is aan het kind, dat het als het ware als een rugzakje meekrijgt. De rugzak wordt toegekend aan de school die het kind bezoekt. Het geeft de school extra voorzieningen in de vorm van formatie, leermiddelen en materialen en ambulante begeleiding vanuit een speciaal-onderwijsschool.

Een rugzak kan worden aangevraagd bij de Indicatiecommissie van een Regionaal Expertisecentrum(REC) in de regio. Een Regionaal Expertise Centrum bundelt de expertise van scholen voor speciaal onderwijs in een regio. Deze scholen zijn verdeeld in vier clusters. Met uitzondering van scholen voor blinde en slechtziende kinderen vormen scholen van één cluster in een bepaalde regio samen een REC.
• Cluster 1: visueel gehandicapte kinderen (dit cluster kent nog geen LGF)
• Cluster 2: dove en slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraak- taalmoeilijkheden.
• Cluster 3: lichamelijk gehandicapte, verstandelijk gehandicapte, meervoudig gehandicapte en langdurig zieke kinderen.
• Cluster 4: kinderen met ernstige psychiatrische en/ of gedragsproblemen.

Naast het begeleiden van ‘rugzakleerlingen’ kunnen speciale scholen ook zogenaamde preventieve ambulante begeleiding bieden. Het gaat daarbij om kortdurende ambulante hulp/advies over een leerling die in het onderwijs problemen ondervindt. Ook heeft elk REC een steunpunt autisme waar reguliere scholen met vragen over een leerling met een stoornis in het autistisch spectrum terecht kunnen (www.landelijknetwerkautisme.nl)

De leerkracht staat er dus niet geheel alleen voor, maar toch blijft hij of zij uiteindelijk degene die dagelijks het onderwijs voor het kind met een ontwikkelingsstoornis moet inrichten en uitvoeren.
Natuurlijk vraagt dit extra inzet en energie van een leerkracht, maar essentieel hierbij is of een leerkracht accepteert en erkent dat het kind een stoornis heeft en bereid is aanpassingen te maken daar waar het kind dat nodig heeft.
Een intensief contact met de ouders is hierbij onontbeerlijk. Zij zijn de ervaringsdeskundigen van dit kind en weten vaak het beste welke aanpak werkt en welke niet.

Voor een kind met een zichtbare handicap is het vanzelfsprekend dat er aanpassingen gemaakt worden binnen het onderwijs. Het kind krijgt een aangepaste tafel of er wordt een lift geplaatst in de school. Voor een kind met een onzichtbare handicap, een handicap die
vooral vanbinnen zit, worden meestal niet als vanzelfsprekend aanpassingen gedaan in het onderwijs, terwijl zij het hard nodig hebben.
Kleine aanpassingen – zoals het dagprogramma op het bord schrijven, een rustig werkplekje creëren, een plek geven waar het kind naartoe kan gaan als het even misgaat – maken vaak al een groot verschil voor het functioneren en welbevinden van deze kinderen in het regulier onderwijs.
Het vergroten van je kennis over de stoornis van een kind geeft je direct meer inzicht in het gedrag van het kind. Zo leer je probleemgedrag te voorkomen.

Er is de laatste jaren zeer veel onderzoek gedaan naar ontwikkelingsstoornissen bij kinderen en er is veel aan literatuur op de markt verschenen. Op het gebied van de Autistische Spectrumstoornissen is veel informatie te vinden op de website www.autisme.pagina.nl en bij de Nederlandse Vereniging voor Autisme. Balans, de landelijke vereniging voor ontwikkelings-, gedrags- en leerproblemen, biedt ook veel informatie.
Het boekje Ongewild Lastig geeft op eenvoudige manier snel inzicht in veelvoorkomende ontwikkelingsstoornissen bij kinderen. Het boek Pedagogische adviezen voor speciale kinderen van Trix van Lieshout is een praktisch boek dat inzicht geeft in 12 typen problemen en handelingsgerichte diagnostiek en aanbevelingen geeft voor de begeleiding in de onderwijspraktijk.

Door je te verdiepen in de wereld van deze kinderen verrijk je ook je eigen wereld.
Je zult het kind niet meer zien als lastig, maar meer als ongewild lastig. Tenslotte vindt niemand het prettig om als lastig ervaren te worden en hebben de kinderen er zelf het meeste last van.

Monique Baard en Désirée van der Elst
Auteurs van Ongewild lastig, inzicht in veelvoorkomende ontwikkelingsstoornissen bij kinderen.
ISBN 9077671064
Prijs: € 9,95
Meer informatie: www.uitgeverijpica.nl

Monique Baard
Ambulant begeleider autisme
J.H. Donnerschool in de Glind

Désirée van der Elst
Leerkracht basisonderwijs
Jenaplanschool de Werf in Huizen

Bron: JSW - oktober 2005