14 juni 2005
'IK BEN NOU EENMAAL ANDERS’
Huizers schrijven boek over ontwikkelingsstoornissen
door Els Blom
Het was Van der Elst die op een camping in de Dordogne het idee kreeg voor het boek over ontwikkelingsstoornissen. Daar was ze getuige van het gedrag van een jongetje van een jaar of zes dat de hele dag over de camping stuiterde. Zijn moeder werd er horendol van. ‘Ik dacht toen: dat kind is ongewild lastig. Geen kind wil immers zo doen.’
De hele camping ging zich er tegenaan bemoeien met als gevolg dat ouders en kind totaal van slag raakten en het hele gezin van het jongetje een rotvakantie had. Eenmaal thuis kwam Van der Elst tot de slotsom dat er meer begrip moet komen voor kinderen met ontwikkelingsstoornissen.
Monique Baard heeft twintig jaar voor de klas gestaan en is nu ambulant begeleider voor autistische kinderen. Het idee van haar zus voor een boek over ‘ongewild lastige kinderen’ was bij haar als geen ander in goede handen. Baard kon zich de vragen van ouders uit de tijd dat ze leerkracht was nog goed herinneren. ‘Heb je tips?’ vroegen ze dan als ze het klasgenootje met ADHD op het partijtje van hun zoon of dochter wilde uitnodigen.
Probleem is, zeggen Van der Elst - leerkracht op een school in Huizen - en Baard dat de meeste boeken over ontwikkelingsstoornissen erg wetenschappelijk zijn geschreven. ‘Veel mensen haken dan af.’ Komt nog bij dat ouders of anderen in paniek kunnen raken door hetgeen beschreven wordt in dergelijke vakliteratuur. ‘Het zijn zeer ernstige aandoeningen.’
Baard en Van der Elst wilden een makkelijk leesbaar boekje, zonder vakjargon, dat betaalbaar is en in beeld brengt wat het is om bijvoorbeeld ADHD te hebben, het syndroom van Gilles de la Tourette of autisme. Een boekje dat familieleden, de trainer van de zwemclub, leerkrachten en anderen die met kinderen werken inzicht geeft.
Want, ouders van een kind met een ontwikkelingsstoornis, weten Baard en Van der Elst, worden vaak heel negatief bejegend. Het zou allemaal aan hen liggen, ze zouden het kind verwennen, niet hard genoeg aanpakken. ‘Met als gevolg dat ouders bepaalde bijeenkomsten en gelegenheden gaan ontwijken en uiteindelijk in een isolement komen. Het boekje is geschreven om meer begrip te kweken voor het kind, maar zeker ook voor de ouders.’
‘…Je wordt vaak ook gepest en geplaagd, uitgemaakt voor informant, mongool, irritant, stom, spastisch, houterig enz. Ik loop ook heel raar, mijn motoriek is gestoord en ik gebruik heel moeilijke woorden. Ik ben nou eenmaal anders dan de rest, en dat moeten mensen maar begrijpen…’ (Uit: ‘Over mijn stoornis’)
Volgens de auteurs ontwikkelen veel kinderen met bijvoorbeeld ADHD of een stoornis in het autistisch spectrum tijdens de basisschool een laag zelfbeeld. Reden waarom deze kinderen nauwelijks zijn terug te vinden in het verenigingsleven. ‘Kijk,’ zegt Baard, ‘aan een kind dat in een rolstoel zit, zal nooit worden gevraagd of hij of zij een rondje gaat rennen. Terwijl aan kinderen met deze onzichtbare handicap dingen worden gevraagd die ze gewoon niet kunnen.’ Dus is het kind erbij gebaat dat er kennis is over de stoornis bij de leerkracht of de trainer van de judoclub. Zodat zij inzicht hebben en weten dat met vaak maar een paar aanpassingen heel wat bereikt kan worden.
De hoofdstukken in het boekje van Baard en Van der Elst hebben eenzelfde soort opbouw. In het hoofdstuk over ADHD, bijvoorbeeld, wordt allereerst in eenvoudige bewoordingen uitgelegd wat ADHD is. Daarna wordt beschreven welke bijkomende problemen het kind met ADHD ervaart, wat de oorzaak van de stoornis is en hoe de diagnose wordt gesteld.
Voorts wordt beschreven wat het hebben van ADHD betekent voor het kind en zijn omgeving, welke medicatie er is, waaruit de behandeling kan bestaan en tot slot een aantal tips. Zo luidt in het hoofdstuk over ADHD een van de tips: ‘Stel eenvoudige, duidelijke regels vanuit een positieve benadering. Vermijd zoveel mogelijk het woord ‘niet’. Voorbeeld: ‘ik wil dat je op het pad loopt’ in plaats van ‘je mag niet in de tuin lopen’. Een ADHD-kind zal namelijk het laatste onthouden en juist door de tuin gaan lopen.’
Gegeven het feit dat bij 1 op de 200 kinderen een autistische diagnose wordt gesteld en bij 3 tot 5 procent een vorm van ADHD is de kans groot dat men op welk moment in z’n leven dan ook met een dergelijk kind te maken krijgt. In dat verband merken Baard en Van der Elst op dat de omgeving zich zal moeten aanpassen aan het kind met de stoornis. Andersom gaat simpelweg niet.
Zo heeft Van der Elst een jongetje met ADHD in de klas dat de avondvierdaagse heeft gelopen. Dat vraagt voorbereiding. ‘Dan begin ik ’s ochtends al met hem door te nemen bij welk bordje we ’s avonds starten. Is het dan eenmaal zo ver en staat hij bij dat bordje, dan pak in zijn hand en laat die niet meer los. Dan kan hij die ballon even laten leeglopen.’
‘In z’n jaszak heb ik een kaartje gedaan met een 06-nummer, naam van de juf en de school,’, gaat de leerkracht verder. ‘Deze kinderen hebben namelijk geen benul van tijd en plaats. Ik heb zijn rugzak gedragen, want dat is voor hem gewoon te veel. En ook zijn bloemen op de laatste avond. Daar wordt hij maar friemelig van.’
Het gaat om acceptatie van de stoornis, benadrukken Van der Elst en Baard bij herhaling. Kijken wat er achter het gedrag zit. ‘Niemand wil honderd keer op z’n kop krijgen.’
Het jongetje heeft de avondvierdaagse uitgelopen. Tussen 2300 andere kinderen. Een enorme prestatie voor een kind met ADHD. Als de verslaggever oppert dat de leerkracht zich daarvoor extra moeite moest getroosten, begint Van der Elst te steigeren. ‘Moeite? Ik vind het mijn plicht.’
Ongewild lastig, inzicht in veelvoorkomende ontwikkelingsstoornissen bij kinderen, door Monique Baard en Désirée van der Elst. ISBN: 9077671064.
Prijs: 9,95 euro. Het boek is te bestellen via www.uitgeverijpica.nl of via de boekhandel.
Bron: Gooi- en Eemlander (www.gooieneemlander.nl), 14 juni 2005