Florine Puts is 46 jaar, getrouwd en moeder van een tweeling van 14. Ze woont met haar gezin, hond en poes in Zuid-Holland. Van huis uit is Florine verpleegkundige en tot afgelopen december had ze een baan als allergieassistente. Eenmaal per week bemant ze met een collega een autisme informatie centrum in Delft. De centra zijn overal in het land, georganiseerd door patiëntenvereniging NVA. Ze biedt een luisterend oor en informatie aan iedereen die met autisme te maken heeft.
Hoe kwam je op het idee voor dit boek? "Ik had regelmatig met mijn dochter goede gesprekken op de rand van haar bed over het autisme van haar broer. Waarom deed hij bepaalde dingen wel of juist niet? En wat betekende dat voor haar? Daarna hadden we allebei een goed gevoel. Maar gesproken woord is vluchtig en ik wist soms na een paar dagen al niet meer precies wat we tegen elkaar hadden gezegd.
Ik ben toen een soort brief aan haar gaan schrijven. Dat werd eigenlijk het eerste hoofdstuk. Er kwamen steeds meer hoofdstukken bij en nadat een paar vriendinnen zeiden dat ik het moest uitgeven, kwam ik bij uitgeverij Pica terecht. Daar waren ze gelijk enthousiast."
Waarom juist een boek voor de broers en zussen? "Ik had al eerder gemerkt dat er niet echt boeken waren in Nederland waarin het brusje (broertjes en zusjes, red.) centraal staat. Vaak gaat toch de meeste aandacht uit het kind met autisme. De tegenstrijdige gevoelens die autisme bij een brusje oproept, worden vaak overgeslagen.
Ik was wel boekjes tegengekomen die voor jongere kinderen geschikt waren of gingen over een autistisch kind met gedrag dat heel duidelijk autistisch was. Mijn voorkeur ging uit naar juist het subtielere gedrag. Omdat dat meestal onopgemerkt blijft voor de buitenwereld. Hierdoor staat een brusje er vaak een beetje alleen voor. Mensen denken nu eenmaal sneller aan het autistische kind zelf en aan de ouders. Die krijgen als alles goed gaat van allerlei kanten begeleiding en hulp: via bijvoorbeeld het Rugzakje of een PGB.
Ik wilde laten merken dat ook een brusje een heel eigen positie inneemt in een gezin waar autisme een rol speelt. En dat hij of zij alle gevoelens en emoties mag voelen die er maar zijn. En dat ze daar niet de enige in zijn. Het is heel normaal om het ene moment je broer of zus de allerliefste te vinden en hem of haar even later achter het behang te willen plakken."
Welke vorm heb je gekozen? "Ik heb gekozen om in de ik-vorm te schrijven. De hoofdpersoon is een brusje van 10 jaar, Jessica. Vanuit haar beleven we van alles op school, thuis en bij een dagje uit. Omdat je alles door haar ogen beleeft, merk je vanzelf wat een en ander voor haar betekent.
Na ieder hoofdstuk is er een stuk uitleg. Daarin spreek ik het lezende brusje aan. Ik leg uit wat er in dat hoofdstuk gebeurde, hoe het autisme van de broer van Jessica, Julian, hierop van invloed is geweest, hoe het werkt met autisme en wat dat dus voor haar betekent. Soms geef ik een tip in de zin van: als je ergens mee zit, vertel het aan iemand, je ouders, je juf, eventueel je beste vriend(in).
Neem ze niet in bescherming door te denken dat die al genoeg problemen hebben of je toch niet kunnen helpen. Als zij namelijk van niks weten, geef je ze niet de kans om je te helpen. En jezelf automatisch de kans niet om je probleem opgelost te krijgen."

Wat hoop je dat broers en zussen uit dit boek halen? "Ik hoop dat brusjes (en hun ouders/begeleiders) zich herkennen en erkend voelen door mijn boek. Zij zijn net zo belangrijk als het kind met autisme, ook al krijgt die meer aandacht en begeleiding. Ik hoop dat de voorvallen in mijn boek brusjes ertoe aanzetten om hun eigen belevenissen en emoties te bespreken met iemand die ze vertrouwen. Ze zijn niet alleen en zeker ook niet de enige, ook al voelt het misschien wel zo.
Hopelijk biedt het boek aanknopingspunten voor ouders/begeleiders om een gesprek met het brusje aan te gaan. Ik hoop dat indirect het brusje ook wat meer gaat begrijpen van wat autisme is, wat het betekent in de praktijk en daardoor meer begrip krijgt voor het hoe en waarom van het gedrag van haar/zijn broer of zus."
Hoe kunnen ouders dit boek aan hun kinderen laten lezen? "Het boek is voor kinderen in de bovenbouw van de basisschool goed zelf te lezen. Maar voorlezen is natuurlijk ook erg leuk! Ik heb al van verschillende kanten gehoord dat kinderen het in december cadeau hebben gekregen. Maar ook zijn er grootouders die het boek aan hun eigen kind hebben gegeven met de gedachte dat het twee vliegen in een klap zou worden: het kind en het kleinkind hebben er wat aan.
Als laatste wordt het boek inmiddels bij verschillende brusjescursussen gebruikt. Daar ben ik natuurlijk erg trots op! Inmiddels zijn er al meer dan 1000 exemplaren verkocht. Wie weet komt er zelfs een tweede druk aan. Dat had ik van te voren nooit durven denken!"
Bron: Kindenouder.nl (maart 2009)
|